Westland Stars

Shoot for the Stars

The rise and fall of Heren Bier

In één oogopslag is het duidelijk. De natuur heeft hier jarenlang vrij spel gehad. Tientallen meters hoge bomen blokkeren het zonlicht. Hoog in de lucht vliegen vogels van boomtop naar boomtop. Om me heen echoën oerwoudgeluiden. Exotische vegetatie zorgt ervoor dat ik nauwelijks verder dan een paar meter kan kijken. De moed zakt me in de schoenen, maar ik besef dat er geen ontkomen aan is. Ik hef mijn machete hoog in de lucht en haal diep adem; de stroperig warme lucht vult mijn longen. Dit wordt beunen.

Proloog

Aan het begin van kakel-, kers- en krakend vers seizoen ontstond in de herfst van 2009 een minstens even vers Herenteam, namelijk het vierde van Westland Stars. Heren 4 was een smeltkroes uit twee herenteams en u22-spelers. Vaak mannen met jarenlange basketbal- (en anders korfbal)ervaring: Marco 'Broos' Broos, Mark 'Murk' Molenaar, Allard 'Jamai' van Almenkerk, Tim 'Biba' van den Brink, Karsten 'Herr Karl' de Gier, Oscar 'Ozzie' van der Valk, Rakib 'Kippie' Sadal, Hans 'Hans' van Os, Boy 'Boy' van der Valk, Kelvin 'Kelvin' de Kom en ikzelf: Mark 'Monkebusiness' Vrolijk. Oja, en Ed 'Katapult Ed' van der Voort. (Ed is vaak te laat, vandaar dat je 'm wel eens vergeet).

Inmiddels is het juli 2012. Westland Stars ondergaat deze zomer een transformatie. Teams worden heringedeeld, er komen veel Herenspelers bij. Wat zou er overblijven van Heren 4 - dat na dat legendarische basketbalseizoen 2009-2010 omgedoopt werd in Heren 3? Wat zou er over blijven van al die memorabele momenten, al dat basketbaltalent, al die schuine grappen tijdens trainingen, alle ongekende situaties tijdens teamuitjes en nippiefeesten, samengesmolten en samengebracht door coach Robert Buurman, die het team op de kaart zette als hét voorbeeld van succes door strijd?

In drie jaar Heren Bier is er, op wat losse schrijfsels van vooral Buurman na, bijna geen woord over onze noemenswaardige historie neergepend. Zonde, want het gedachtegoed van Heren Bier smacht naar vereeuwiging op papier.

***

Na tien minuten hakken en zagen ben ik kapot. Zweet gutst langs mijn voorhoofd en rug naar beneden. Mijn kleding plakt aan mijn lichaam. Insecten van variërende grootte hebben zich op mijn ontblote lichaamsdelen genesteld. Mijn armen zijn lam van het inhakken op de wildgroei aan planten en struiken. Ik voel aan mijn gezicht, dat vol zit met pijnlijke schrammen.

Ik stop even om op adem te komen en kijk achterom. Ik bewonder het voorlopige resultaat: een pad van ruim vijftien meter. Aan weerskanten beginnen de planten die nog overeind staan het pad alweer te overwoekeren, maar dat maakt niet uit. Die neem ik op de terugweg nog wel te grazen. Ik pak mijn veldfles en neem een paar slokken water. Dan, terwijl ik het vocht langs mijn slokdarm naar beneden voel stromen hoor ik een onverwacht geluid. Ik stop abrupt met drinken, duik ineen en spits mijn oren.

Een fractie van een seconde vrees ik te worden besprongen door een roofdier. Een angst die me nog een fractie van de seconde later alweer heeft verlaten, want het geluid lijkt op een menselijke kreet. Een alarmkreet. Of nee, een angstkreet. Woede. Paniek. Een hoog maar rauw geluid, gevuld met waanzin. Ik draai me in de richting van het geluid, dat op tientallen meters afstand van me lijkt te komen.

Snel overweeg ik mijn opties. Van mijn route afwijken betekent dat ik mijn eindbestemming misschien nooit meer vind. Want de elk jaar uitdijende jungle voor sportlokaal Oudeland in 's-Gravenzande is genadeloos. Aan de andere kant heeft een medemens misschien mijn hulp nodig. En wie weet kan die ander mij van dienst zijn. Als hij of zij tenminste niet krankzinnig is. Want dit geluid is haast onmenselijk, alsof iemands nagels worden uitgetrokken.

Ik hak me in de richting van het kermende geluid. Weer hef ik mijn kapmes hoog op, om het met allesvernietigende kracht op de dichte beplanting te laten neerkomen, die hier minder dicht lijkt dan tijdens het eerste deel van mijn tocht. Elke slag van het kapmes versplintert takken, geeft me bewegingsruimte, opent de weg naar het geluid. Hooguit tien meter is het nu nog van me verwijderd.

Dan. Stilte. Het geluid is gestopt. Zelfs de oerwoudgeluiden lijken te zijn verstomd. Ik wacht een paar seconden vruchteloos op een hervatting van de wanhoopskreet. Dan begint mijn verstand aan me te knagen. Waar ben ik mee bezig? Voor hetzelfde geld is het geluid afkomstig van een roofdier, dat mij met mensachtig gejammer in de val lokt.

Ik besluit rechtsomkeert te maken, maar nog voordat mijn brein de eerste zenuwimpulsen naar mijn benen heeft kunnen sturen, hoor ik een zacht jammerend geluid, dat langzaam opwelt, sterker en sterker, steeds harder, tot het mijn oren verdooft. Nu weet ik het zeker: dit is geen roofdier. Dit is een mens, balancerend op het randje van de afgrond.

Adrenaline giert nu door mijn lichaam. Ik gebruik al mijn kracht om me een weg te banen door de laatste struiken. Nog meer insecten belanden op mijn lichaam. Slangen schieten weg, een vogelspin richt zich sissend op. Ik besteed er geen aandacht aan. Het enige wat ik hoor is dat geluid, die uiting van pure wanhoop. Het vult mijn schedel, er is geen ontkomen aan, enkele meters nog, ik laat mijn kapmes vallen en gebruik mijn handen om door het laatste struikgewas te komen.

Dan zie ik hem zitten. Mijn mond valt open. Het is Buurman. Robert Buurman, de persoon die sinds vorig jaar terug is gekeerd bij Westland Stars en nu de taak op zich heeft genomen om Heren 4 te gaan coachen. Mijn coach!

Hij zit op zijn knieën, met zijn hoofd in zijn handen. Zijn kleren zijn gescheurd en zijn lichaam zit onder de schrammen. Hij zit op een klein open plekje tussen een overweldigend dichte hoeveelheid struikgewas, die ver boven hem uitrijst en klaar lijken om hem met huid en haar te verzwelgen. Hij gilt als een speenvarken.

Binnen drie stappen ben ik bij hem. Ik pak hem bij zijn schouders en probeer hem in de ogen te kijken, maar hij laat zich op de grond vallen en begint door de aarde te rollen. "BUURMAN!" schreeuw ik naar hem. Hij lijkt het niet te horen. Ik roep zijn naam nog een keer, zonder resultaat. "Buurman, ik ben het, Monkie!"

Bij het horen van mijn naam houdt hij abrupt met krijsen. Hij richt zich op. "Monkie?" Dan kijkt hij me voor het eerst aan. Ik knik naar hem. "Rustig Buur. Wat is hier…" Voordat ik uitgesproken ben, begint hij weer te brullen. Nóg harder, nóg intenser. Alsof de duivel in hem zit.

Nu ben ik het zat. Met één hand pak ik zijn haar en trek zijn hoofd naar achteren. Met mijn andere hand sla ik op zijn wang. De klap doet pijn aan mijn handpalm, maar de reactie van Buurman doet anders vermoeden. Hij kijkt me aan, zijn ogen bloeddoorlopen van pure krankzinnigheid. "JAAAA! MONKIEEEE! JAAAA!"

Verbijsterd laat ik mezelf achterover vallen. Wat is hier in godsnaam aan de hand? Plotseling komt Buurman overeind en stort zich op me. Ik vrees voor mijn leven, maar dan besef ik dat mijn nieuwe basketbalcoach me niet wil vermoorden. "IK BEN ZO BLIJ JE TE ZIEN!" schreeuwt Buurman. "IK DACHT DAT IK DOOD ZOU GAAN!"

Hij gaat in kleermakerszit zitten. Hijgend probeert hij me zijn verhaal te vertellen, maar ik hoor alleen fragmenten. "Gered… Team… Heren 4… Moet coachen… Kampioen," is het enige wat ik versta. Ik maan hem tot kalmte en bied hem mijn veldfles aan. Binnen een oogwenk heeft hij die leeg. Dan haalt hij diep adem en sluit hij zijn ogen.

Wanneer hij zijn ogen weer opendoet, is de krankzinnigheid verdwenen. De echte Buurman is teruggekomen.

"Monkie. Goed je te zien. Luister. Zoals je weet is vanavond de eerste training." Ik knik, want daarvoor ben ik hier immers ook.

Buurman vertelt dat hij op een missie is. Een missie om, als kersverse coach, Heren 4 kampioen te maken. Een missie waarvan hij denkt, nee, wéét dat hij zal gaan slagen. "Het enige punt is", vertelt hij, "dat we dan wel een trainingsruimte moeten hebben. En die moeten we dus eerst zien te ontwaren in dit knettergekke oerwoud. Waarom doet de gemeente hier niets aan?"

Het verrichten van het nodige kapwerk is een jaarlijks terugkerend fenomeen voor wie in Sportlokaal Oudeland wil trainen. Het gymzaaltje ligt diep verscholen tussen de 's-Gravenzandse flora en fauna langs de Oudelandstraat, die met het jaar indrukwekkender werd. (Inmiddels heeft de gemeente hier verandering in gebracht. Je weet niet wat je ziet.)

Ik ben stil. We worden kampioen. Hij heeft het gezegd. Hij - Buurman. Ons nieuwe boegbeeld. De woorden zijn uitgesproken. Buurman is inmiddels begonnen met het omhakken van een tientallen meters grote sequoia. Dit is een geboren leider. Ik sta op en hak met hem mee.

In onze zoektocht treffen we één voor één onze teamgenoten aan. Kelvin in een kayak in een drassig moeras. Hans in tijgervel aan een liaan. Murk met een korfbal onder zijn arm, die we gelijk afpakken en wegschoppen. Karl behendig over boomstronken springend, gebruik makend van zijn stapfen. Tim tijgerend onder een boomstronk door. Jamai in gevecht met een boa constrictor. Ozzie treffen we aan terwijl hij een stuk vlees van een zojuist gedode orang oetan boven een zelfgemaakt vuurtje grilt. Kip met een bak stuc op zijn schouder. Ed in een besmeurde overall en met een motorblok in een kruiwagen. Broos met zijn hoofd tegen een sequoia bonkend. Boy in een vrachtwagen, waarmee hij het struikgewas probeert de verpletteren. Iedereen sluit aan in onze queeste - het vinden van de hal en het worden van kampioen. Iedereen aanvaart van de eerste seconde de leiding van Buurman als vanzelfsprekend.

Het mooie is vooral dat iedereen elkaars verschillen en achtergronden direct accepteert. Er worden geen flauwe grapjes over vrachtwagens, stucbakken, motorblokken en karlstapfen gemaakt. Wel over Murks korfbal, maar daar kan hij gelukkig zelf ook om lachen.

Met zijn allen ploeteren we door de dichte bebossing. We raken de moed bijna kwijt wanneer iedereen behalve Buurman in een plas drijfzand vast komt te zitten. Onze coach redt ons door ons lianen toe te werpen. Vervolgens redt het team de coach, wanneer hij wordt aangevallen door een zwerm Westlandse Kaskakatoes. Terwijl al deze taferelen zich voltrekken, begin ik me te beseffen dat er nog voordat er één voet in het sportzaaltje is gezet, er al een team is gesmeed.

Na een urenlang gevecht tegen de 's-Gravenzandse flora en fauna klinkt opeens een welbekende oerkreet van Korkie. Ditmaal nóg harder en intenser dan de eerste keer. Weer vliegen er overal vogels op en schieten allerlei dieren weg uit het hoge gras.

"JAAAAAHHHHEEEEEEEUUHHHHHH! IK - ZIE - DE - HAL!"

Iedereen tuurt in de richting die hij aanwijst, maar niemand ziet het. Korkie begint dwars door de dichte begroeiing te rennen. We volgen hem, terwijl Korkie nog steeds dingen roept. En dan zien we het. Verscholen tussen morsdichte klimop. Als een Jurassic-Parc achtige gewaarwording doemt de ingang van Sportlokaal Oudeland voor ons op.

Het is moeilijk te beschrijven wat er dan gebeurt, maar de welkbekende uitdrukking een uitbraak van totale manie komt waarschijnlijk nog het best in de buurt. Mensen vallen elkaar in de armen, schurken tegen elkaar aan, omhelzen, kussen, kroelen, knuffelen, vozen met elkaar. Vriendschappelijk. Buurman is het gekst van allemaal. Bij het zien van de hal rent hij op de deur af en begint deze uitvoerig af te lebberen. Het team kijkt verbaasd op wanneer hij allerlei dingen uit begint te kramen: "Sancti Ostium!", roept hij uit. ("De Heilige Deur!"). "Ianuam nobis aditum Sacri locus ubi usus erit! Video solatur ut Spaghetti, Pyramidis, Brassica, Molendinum et circum pro me! Nostrum Terrae!" ("De deur die ons toegang geeft tot de Heilige Ruimte, alwaar onze kunsten gepraktiseerd zullen worden! Ik zie spelsystemen als spaghetti, piramide en rotonde voor me! Onze Heilige Grond!"

We staren elkaar aan. Spaghetti, Pyramidis, Brassica, Molendinum? Waar gaat dit over? We dachten dat al rare aanvalscodes kenden (bloemkool en blauw zijn codes die velen bekend in de oren zullen klinken) maar dit zegt ons niets. Maar juist daarom past het ook wel weer goed bij Heren 4. Zo lijken er meer over te denken. "Klinkt goed, Buur", zegt Boy. Iedereen knikt instemmend. Alleen Ed vraagt zich dingen af. "Waarom nou weer spaghetti? Waarom niet macaroni?" Buurman kijkt hem geheimzinnig aan. Dan, op zachte toon: "Voor alles is een reden, jongens. Daar komen jullie vanzelf wel achter."

Robert Buurman is een coach die dingen niet zonder reden doet. Een man met visie. Een man die een basketbalteam dat op het eerste gezicht uit een bij elkaar geraapt zooitje lijkt te bestaan, tot een vloeiend samenspelende basketbalmachine met een, zoals hij het zelf zegt, leeuwenhart kan transformeren.

Heren Bier was en is geen team dat zich op het hoogste niveau wil en wilde profileren. Dat blijkt wellicht al uit de yell, die door de jaren heen veranderde van '1, 2, 3… 4!' (verwijzend naar Heren 4) naar '1, 2... 3!" (verwijzend naar Heren 3) naar '1, 2, 3... BIER!' (verwijzend naar bier). Komend jaar wordt het waarschijnlijk weer de variant waarbij tot vier geteld wordt. Of waar misschien wel vier én bier in voorkomt… Je weet het nooit.

Goed, ons eerste jaar onder Buurman speelden we in de vierde klasse. Een pilsklasse waarin je het, zelfs als Vierde, niet kan maken om laatste te worden. Gelukkig wonnen we veel. Op die ene tegenstander na: BV Voorne. Thuis wonnen we wel, maar uit niet. En omdat Voorne verder ook alles won, werd het een kampioenswedstrijd. Op neutraal terrein.

Dat werd een groots festijn. Het publiek, een afgeladen ouwe schoolbus, moet zich ongetwijfeld hebben vermaakt. Hoewel het niveau niet heel hoog was werd er wel degelijk veel gescoord; de eindstand was iets van 80-78 voor Voorne. Hoogtepunten waren een D voor Jamai, nog eens één of twee onsportieve fouten aan onze kant en Rob die in een basket ging zitten aan de kant van de tribune, waar hij achteraf voor gestraft werd (vraag hem nog maar eens hoe dat nou precies zat).

Ik moet eerlijk toegeven: BV Voorne was destijds gewoon beter dan wij. Zowel technisch, fysiek als mentaal. Een echte winnaarsploeg, waarvan eerder dat seizoen hun coach was overleden. Zij hadden enkele weken voor de kampioenswedstrijd hun coach verloren aan kanker, wij kwamen dat seizoen net om de hoek kijken met een kersverse coach. De tegenstrijdigheid had niet groter kunnen zijn.

Misschien dat deze wedstrijd het sportieve hoogtepunt markeerde in de geschiedenis van Heren Bier. Onder leiding van Buurman kregen we vleugels. Voelden we ons heuse basketbalgladiatoren. We leerden prachtige nieuwe aanvalspatronen, zoals spaghetti, molen en piramide. Onvoorstelbaar complexe systemen, die tot op heden alleen voorbehouden waren aan Heren 1, maakten we ons eigen. Wie zou kijken naar de pure trainingsarbeid zou zeggen dat wij het kampioenschap verdiend hadden. Maar méér dan Voorne? Die vraag laat ik over aan de objectieve basketbaljournalisten onder u.

Maar na dat ene seizoen ging het bergafwaarts. Kelvin stopte er na één seizoen mee, Karl ging naar Heren 2 en Tim ging in het buitenland werken. Een moeizaam 2010-2011 volgde, waarin Buurman alle restjes basketbaltalent uit ons perste en we interessante wedstrijden speelden. Spaghetti werd geperfectioneerd, piramide konden we dromen en molen werd een WMD (Weapon of mass destruction) waarmee onze tegenstanders verpulverd werden. Helaas niet allemaal, want na die climax tegen Voorne leek het alsof we het seizoen erna onze krachten verspeeld hadden. We verloren te veel en eindigden in de middenmoot. Maar het werd nog erger.

Het was een regenachtige woensdagavond in maart 2011. Trainingsavond in de Oudeland. Het struikgewas buiten is inmiddels redelijk in toom; het schijnt dat de gemeente wel eens langs komt om de boel te snoeien. Het speelminuutje is voorbij; de groep wordt bij elkaar geroepen door Buurman voor de officiële openingsspeech waarmee hij steevast elke training begint. Maar er is iets mis.

Buurman kucht.

Dat doet hij nooit. Nooit doet hij: "Ahum." Of: "Hngge-hemmmm." Of zegt hij inleidende woorden als 'dus', 'nou', 'eh', 'zo' of 'welnu'. Nee, Buurman is altijd recht zo die gaat, borst vooruit, duidelijker articulerend dan koningin Beatrix tijdens de troonrede. Een strakker geleid projectiel dan een laserraket. Maar nu niet. Hij aarzelt, stamelt, hapert, hakkelt. We kijken elkaar aan. Dan, op het moment dat het echt pijnlijk wordt, komt hij uit zijn woorden.

"Ik stop ermee."

Met wat, vragen iedereen zich in stilte af. "Met wat?", vraagt Kip. Buurman blijft even stil. De boodschap dringt langzaam door. Is dit wat er bedoeld wordt als iets inslaat als een bom? Dan neemt Buurman het woord weer. Hij vertelt ons waarom hij stopt, legt ons van alles uit en belooft ons dat het wel goed komt met ons, omdat we zoveel talent hebben en zo lief zijn. Buurman, onze coach, die ons zoveel legendarische momenten heeft bezorgd, waaronder een nippiefeest waarover met dank aan vooral Boy en Ozzie nog lang zal worden nagesproken, stopt ermee.

De rest van de training is het één grote bende. Mensen schieten ballen door het raam, struikelen over elkaar heen en worden vijandig tegen elkaar, een echte zeldzaamheid bij Heren Bier. De harmonie is nu al verbroken.

In diezelfde zomer stopt ook Kip en gaat Edwin naar een ander team. Net als Murk en Ozzie, die naar Heren 1 gaan. Ons team loopt leeg voordat het seizoen 2011-2012 begint, en we staan machteloos.

Het verloop van de wedstrijden van afgelopen seizoen is daardoor op zijn minst divers te noemen. Een zeer spannende en sportieve doch met 55-56 verloren wedstrijd tegen BC Verkerk werd opgevolgd door een zeperd van jewelste tegen Hurricanes, waarvan de uitslag hier maar beter niet vermeld kan worden. We wonnen in de najaarscompetitie van 2011 drie wedstrijden, maar na kerst werd het winstpercentage met 33% omhoog gekrikt doordat we maar liefst vier wedstrijden wonnen. Waarvan we er in één gesteund werden door Voogd en Beukel en in de andere drie door De Don, die ons inspireerde met magnifieke kunstjes.

Maar wie dacht dat het een verloren seizoen is geweest heeft het mieters mis. Dat is te danken aan de feeststemming die elke woensdag, dinsdag en/of zaterdag optrad. Dus, Marco 'Broos' Broos, Mark 'Murk' Molenaar, Allard 'Jamai' van Almenkerk, Tim 'Biba' van den Brink, Karsten 'Herr Karl' de Gier, Oscar 'Ozzie' van der Valk, Rakib 'Kippie' Sadal, Hans 'Hans' van Os, Boy 'Boy' van der Valk, Kelvin 'Kelvin' de Kom en oja, Ed 'Katapult Ed' van der Voort: bedankt. (Speciale dank ook voor Boris 'Snakeman' Verduijn, die in de tweede seizoenshelft zijn return beleefde bij Westland Stars en ons heeft versterkt).

Nu ik deze namen nogmaals noteer valt me op dat niet iedereen even creatieve bijnamen heeft. Maar, zo besef ik me nu: dat maakt niks uit. Bij Heren hoor je altijd erbij en wordt er altijd van je gehouden - zelfs als je bijnaam je achternaam is. Of andersom.